Inleiding

Krijn De Best

Curaçao, sinds 10.10.2010 onafhankelijk zelfstandig land, maakte voorheen deel uit van de Nederlandse Antillen. Officieel bestaat Curaçao vanaf 26 juli 1499, de dag waarop de Spanjaarden vermoedelijk voet aan wal zetten.

Over de naam Curaçao is veel gespeculeerd, maar voor een thrillerschrijver is de verklaring dat een Spaanse priester door de indianen is gebraden en opgegeten, uiteraard de mooiste. Daarom zou het eiland Cura-Asado genoemd zijn.

In 1634 veroveren de Nederlanders Curaçao op de Spanjaarden. De oorspronkelijke bewoners, indianen behorende tot de Caquetíos, een stam van de grotere groep der Arowakken en de aanwezige Spanjaarden worden naar het vasteland van Venezuela gebracht. De Nederlanders veranderen de haven in een onneembare vesting. Het was een vlootbasis in de strijd tegen de Spanjaarden. Na de Vrede van Munster is er geen rede meer voor de vlootbasis. De WIC zoekt ander emplooi voor haar investering.

Vanaf 1648 legt de WIC zich toe op de levering van slaven aan Brazilië en de Spaanse koloniën. Was Curaçao voor die tijd af en toe plaats voor de slavenhandel, vanaf het midden van de 17de eeuw wordt het transitocentrum bij uitstek. Maar aan het begin van de 18de eeuw gaat het hard achteruit. Franse en Engelse slavenhandelaars nemen de positie over.

Naast slavenhandel is er ook de handel in illegale goederen met Venezuela. De handel vindt plaats in Maracaibo, Coro, Cumaná en soms in Cartagena of Rio de la Hacha. Iedereen doet eraan mee. Cacao is het belangrijkste product.

De slavernij wordt in 1863 afgeschaft op Curaçao en voorzichtig begint de emancipatie van de bewoners. Hiervoor zijn in 1845 Aruba, Bonaire, Curaçao, St. Maarten, St. Eustatius en Saba samengevoegd onder de ‘Koloniale Raad’.

In de 19de eeuw bloeit de handel in smokkelwaar op. Echter wapenhandel met Venezolaanse rebellen levert moeilijkheden op met buurland Venezuela en leidt tot oorlog. Begin 19de eeuw wordt deze beslecht door de inzet van Hr. Ms. Jacob van Heemskerck.. Er ontstaat nu nijverheid en toerisme.

Pas na het oproer van 1969 verandert er daadwerkelijk iets voor de gekleurde inwoners van Curaçao. Zij krijgen meer en meer kans om deel uit te maken van het bestuurlijke en economische leven.

Wat echter onveranderd is gebleven zijn de routes tussen Curaçao en het Zuid-Amerikaanse continent. Waar eerst slaven en cacao werden vervoerd, transporteert men nu cocaïne. Deed men ooit in goud en goederen, nu vertrekt het witgewassen geld via de elektronische snelweg.

Curaçao is een schitterend decor waartegen, naast het normale leven, de misdaad zich prachtig afspeelt. Kortom een droomeiland voor toerist en thrillerschrijver.